Welkom thuis!

Het was klaar. Met een diepe zucht liet de man zich in de zachte kussens van zijn bank neerploffen. Hij keek rond, kritisch, speurend, maar zag dat alles was zoals hij het ooit in gedachten had. Hij was trots op zijn nieuwe woning; het huisje paste hem als een nieuwe jas, om dat cliché maar eens te gebruiken. Hij was blij en bijna volmaakt gelukkig.

Hij dacht na over de afgelopen bijna twaalf maanden. Toen hij precies een jaar geleden deze woning via mij had aangekocht en zijn plannen had uiteengezet, noemde ik het project gekscherend ‘Van Kerst Tot Kerst’. Dat was het uiteindelijk ook geworden, had hij mij onlangs in een appje gemeld.

Hij had de verbouwing alleen voor elkaar gebokst; een minder secuur iemand had het waarschijnlijk binnen een half jaar geklaard, maar zo zat hij niet in elkaar. De woning moest niet minder dan perfect worden. Hij bleef in zijn huurwoninkje wonen en knapte tussendoor in zijn vrije tijd zijn nieuwe eigendom grondig op. Hij deed alles zelf, on-waar-schijn-lijk precies. Bij hem zat elke behangbaan feilloos recht, een vakman met veertig jaar ervaring had de houten vloer niet beter kunnen leggen dan hij gedaan had. En zo was het hele huis.

Natuurlijk, hij was een Handige Harry. Wat zijn ogen zagen, maakten zijn handen, zo’n type. Dat had hij altijd al gehad. Had hij een keer gezien hoe een balkenplafond aangepakt moest worden, dan kón hij dat ook. Het waren vele honderden eenzame uren die hij in de verbouwing stak.
 
En toen, opeens, was het klaar. Opeens voor mij dan, want ik schat in dat zijn planning tot op het uur nauwkeurig was geweest. In de app nodigde hij mij uit om het eindresultaat te bekijken. Ik was flabbergasted zoals de Engelsen het zo mooi zeggen, met stomheid geslagen. Alsof de complete teams van al die verbouwingsprogramma’s op tv hadden samengewerkt aan dit ene project. ‘Mijn geheim’, zei hij tegen mij, ‘is dat ik overal de tijd voor neem omdat ik overal de tijd voor heb’.
Toen ook vertelde hij mij wat al die maanden in zijn hoofd verborgen had gezeten. Zijn vriendin wist hier helemaal niks van. Ze was stewardess, waardoor ze soms langere periodes van huis was. Ik wist niet eens dat hij een relatie had.
Ze woonden ook niet samen, al waren ze al een jaar of twee bij elkaar. Zij wilden dat allebei dolgraag, alleen zij wilde dat in een nieuw huis. Ze had hem keer op keer gezegd hoe haar droomhuis eruit moest zien. Hij woonde nu in een bovenhuisje van de woningbouwvereniging en dat vond zij maar niks. Hij bekende dat zij daar nooit samen hadden geslapen. Dat deed hem verdriet.
Toen hij zag dat deze woning te koop stond, wist hij dat hij het móest hebben: dit was precies wat zijn vriendin bedoelde. Vrijstaand, tuin rondom, veel gras en door een haag toch veel privacy. Hij kende haar zo goed, dat hij zeker dacht te weten, dat wat hij ervan gemaakt had, haar droomhuis behoorlijk benaderde.
Over twee dagen was ze weer in Nederland en dan zou ze Kerst en Oud en Nieuw over kunnen blijven. Ik wenste hem, en met hem zijn vriendin, prachtige dagen.
 
Hij had haar van de trein gehaald en was niet, zoals de bedoeling was, naar zijn huurhuisje gereden want hij wilde haar verrassen. Met een omweggetje reed hij naar het nieuwe huis, stopte daar quasi toevallig en vroeg wat zijn vriendin ervan vond. Dit is het helemaal, schreeuwde ze bijna. Hij nam haar mee om ‘stiekem’ te gluren. De voordeur stond op een kier, dus hij fluisterde “even gluren”. Onder protest van zijn vriendin stapte hij brutaalweg naar binnen. Zij volgde hem in een combinatie van angst en nieuwsgierigheid, waarbij het laatste overheerste. Hij deed het licht aan. Op de tafel in de woonkamer stond een envelop met haar naam erop. Eindelijk begon ze het door te krijgen.
‘Wat…? Maar…?’
‘Maak die envelop maar open’, zei hij liefdevol.
‘Welkom thuis’ stond op het briefje dat ze las. Verder niets. Alleen die twee woorden: ‘Welkom thuis’.
Ze wist niet of ze moest huilen, of lachen, of boos zijn of… Ze wilde hem duizend vragen stellen, ze wilde álles weten. Ze koos voor die andere mogelijkheid. Ze sprong op hem af, omhelsde en kuste hem. Later, nadat ze van de ene in de andere verbazing was gevallen bij de verkenning van het huis, had hij de pelletkachel aangestoken, het begon buiten gemeen koud te worden, ook had hij had een kerstmuziekje opgezet en twee wijntjes ingeschonken.
Ze genoten bij kaarslicht volop na van de verrassing en van elkaar. Hij had werkelijk aan alles gedacht!  
Toen de klok richting het middernachtelijk uur ging, leek het even of zij toch wilde vertrekken. Maar hij had het al gezien. Hij nam haar bij de hand en samen liepen ze naar de voordeur, die hij opende.
Het sneeuwde, het sneeuwde hárd.
In de deuropening kusten zij elkaar stevig.
‘Welkom thuis’, zei hij, ‘we gaan er onvergetelijke dagen van maken.’