Opgeruimd huis

Het was die dag Open Huizen Dag. Verkopende woningeigenaren boenen en soppen dan hun huizen op hun paasbest om een zo goede mogelijk indruk achter te laten bij kijkers, waaronder zich misschien wel dé kijker bevindt. Niet alleen een opgeruimde schone woning doet beter verkopen, in veel gevallen doet geur dat ook. Ik heb klanten gehad die zworen bij de goede oude vertrouwde groene zeep. Anderen gooiden citrusvruchten in de magnetron en weer anderen staken geurkaarsen aan of bakten cake of appeltaart. Ik weet niet wat de beste manier van presenteren is; volgens mij is daar ook nog nooit echt onderzoek naar gedaan, maar ik denk dat juist de combinatie van een schoongemaakt, opgeruimd en fris huis hoge ogen scoort.

Tijdens een Open Huis is het de bedoeling dat de verkopers zelf hun gasten ontvangen en rondleiden en ze op de voordelen wijzen. Ikzelf rijd op zo’n dag een beetje heen en weer tussen diverse huizen en kantoor. 

Ik trof diezelfde mevrouw nu al voor de derde keer in een van ‘mijn’ te koop staande huizen en besloot een praatje met haar aan te knopen. ‘Driemaal scheepsrecht’, zei ik wat fantasieloos en noemde mijn naam. Zij vertelde dat ze Saskia heette en zei met een glimlachje: ‘En wie moet wie nu trakteren?’ Ik zag dat er koeken op tafel stonden, dus ik trakteerde, met instemming van de verkoopster, die er een kopje koffie bij serveerde. In ruil vroeg ze me even een kwartiertje op haar woning te passen, dan kon zij even vlug naar de winkel.
Ik nam een slok koffie en vroeg Saskia naar wat voor soort woning ze op zoek was. ‘Groot, klein, rijtje, vrijstaand?’ ‘Klein én opgeruimd’, antwoordde ze prompt. Ze zag mijn vragende blik en begon te vertellen. ‘Ik ben dit jaar op de kop af veertig jaar getrouwd met mijn Jeroen, ja net als die kinderboekenserie, Saskia en Jeroen, toevallig hè? Een beste man, een handige man ook, en we hebben bijna nooit onenigheid. Hij heeft maar één groot nadeel: hij is een sloddervos eerste klas, een bendemaker, een troepverzamelaar. Ik bezie mijn huis soms wel als was hij de eerste kringloop van Nederland. Terwijl ik zelf van de poetsdoek ben. Niets mooier dan een schone tafel, niks fijner dan een opgeruimd aanrecht. Een gedweilde vloer, propere streeploze ramen, dat ben ik. Niet dat ik neurotisch ben of zo, maar ik houd niet van rommel. Zal ik wel van huis uit hebben meegekregen, mijn moeder had dat ook. We hadden vroeger een boerderij, nou, daar houd je niks schoon, zou je zeggen. Mijn moeder wel, schoonmaakmiddel in de ene en poetsdoek in de andere hand. Mijn vader luisterde naar mijn moeder: ze wilde in het woon- en slaapgedeelte niet kunnen merken dat er een boerderij aan vast zat. Dus niet met klompen, laarzen, vieze sokken, overall, natte jas, weet ik wat al, naar binnen. Mijn vader hield zich daaraan, hij was stiekem ook wel een schonerd denk ik.’

‘Mijn man smeert niet met opzet, geen sprake van, maar hij denkt niet na. Als hij de schuur met een oude fiets bezig is, en ik roep hem voor de thee, neemt hij de halve fiets mee naar de keukentafel en klust aan tafel verder. Is hij aan het houtzagen, in de tuin bezig of de kattenbak aan het verschonen, dat stopt niet bij de keuken- of woonkamerdeur. Hij stevent gewoon naar binnen, gedachteloos. Maar ik heb het in al die veertig jaar nooit echt schoon in mijn huis gehad. Ja, als mijn man een paar daagjes met vrienden op pad ging. Dan kon ik mij uitleven. Dan zag mijn huis eruit alsof Libelle of Margriet langs zouden komen voor een fotoreportage. Een plaatje! Dan kon ik echt genieten van mijn eigen huis. Mijn man ziet de volgende dag kans om mijn opgeruimde huis binnen tien minuten te transformeren tot de werkplaats van Malle Pietje.’ 
Ze zuchtte en keek met heldere ogen de keuken rond. ‘Mag ik de woonkamer even zien?’ vroeg ze bedeesd. Ik liet haar het hele huis zien en nam nadien afscheid. ‘Ziet u, mijn man en ik worden al een dagje ouder en willen nog een keer verhuizen. Kleiner, veel kleiner. Mijn man geeft er niet zoveel om, daarom ben ik alleen. Maar ik móet een bewoond huis zien; met een leeg huis kan ik niks. En met een rommelig huis ook niet. Daar kan ik niet doorheen kijken. Dit huis komt mooi in de buurt van mijn wensen. Ik kan in gedachten al aardig zien waar ik mijn meubeltjes kwijt kan. En er is een mooie garage voor mijn man. Misschien kan ik hem op onze oude dag te aanleren om alleen dáár te gaan klussen. Goedemiddag!’