Kerstboom

Hij had niks met Kerst. Vroeger wel, thuis, maar de laatste jaren deed hij er niets meer aan. Hij was blij met de vrije dagen, maar dat hele kerstgedoe kon hem gestolen worden.
Hij was alleen. Natuurlijk had hij wel eens relaties gehad, maar lang duurden ze nooit. Als hij heel eerlijk was, liepen al die relaties op de klippen door hem. Hij voelde zich het best als hij alles onder controle had. Als hij ’s morgens wakker werd, wist hij in de regel al hoe zijn dag in grote lijnen zou verlopen. Hij wist bij het opstaan al wat hij zou koken en eten. Hij was geen Einzelgänger, kon erg genieten van het gezelschap van zijn familie, vrienden en vriendinnen, maar eenmaal weer alleen vond hij het ook prima.
En vooral: hij wilde het allemaal zelf bepalen, hij wilde er zelf controle over hebben. Dat was hetzelfde met de Kerstdagen. Hij wilde zelf weten wat hij die dagen met zijn huis zou doen. Natuurlijk: hij was niet ongevoelig, kon uitbundig versierde huizen, binnen en buiten, best waarderen. Als het rond de Kerst lekker fris winterweer was, wilde hij nog wel eens op de fiets stappen om al die soms protserig versierde en vooral verlichte huizen te bekijken. Hij had ook geen hekel aan Kerstmis, zeker niet. Hij was elk jaar een van de Kerstdagen te gast bij zijn zuster, haar man en hun zoon. Rollade, gezelligheid, intimiteit, knusheid, het kon hem allemaal niet genoeg zijn. Maar thuis een boom? Neuj.
Het zal een jaar of acht geleden geweest zijn, dat hij in de aanloop naar de Kerstdagen tegenover zijn zuster kennelijk wat al te open was geweest. Hij had gezegd dat hij het misschien wel mooi vond, ‘maar wat een gedoe, die boom, die ballen, niks voor mij’. Zijn zuster vertaalde dat als: hij wil wel een boom, maar wil hem zelf niet opzetten. Dus deed zij dat voor hem -ze had zijn huissleutel want ze maakte er wekelijke schoon. Op een vrijdag kwam ze met een kunstkerstboompje en kerstversiering naar zijn huis, en zette de bescheiden boom op. Verschillende kleuren kerstballen, gekleurde verlichting, die ook knipperen kon. Ze verstopte zich in de keuken en wachtte gespannen zijn thuiskomst af. Toen hij de woonkamer binnenkwam hoorde ze niks, geen afkeurend gemompel, geen geschreeuw of gevloek. Da’s een goed teken, dacht ze bij zichzelf en keek door een kier de kamer in. Ze was net op tijd om te zien dat haar broer alle stekkers uit het stopcontact haalde, de boom optilde en hem via de voordeur op straat gooide. Ze was verbijsterd. Ze verliet stilletjes het huis door de achterdeur en broer en zus hebben nooit over het voorval gesproken.
Vorig jaar meende ze wéér een kentering in zijn gedrag te zien. Hij deed voor het eerst mee met kerstcadeautjes onder de boom; haar zoon, zijn kleine neefje, had een elektrische trein gekregen die hij rond de boom wilde laten lopen, en broerlief hielp hem daarbij. Hij kroop zelfs voorzichtig onder de boom om maar niets kapot te maken. Ze durfde het eigenlijk niet zo te omschrijven, maar hij leek in stilte te genieten. Zou het kerstvirus hem nu eindelijk te pakken hebben?
Daarom had ze vandaag de stoute schoenen aangetrokken en was wéér met een kerstboom -een echte nu- en als hulpje haar zoontje naar haar broers woning getogen. De boom was stukken mooier dan de kunstboom van jaren geleden. De Nordmann verspreidde zelfs een zachte geur. Toen de boom klaar was, mocht haar zoontje de lampjes aan doen. Op datzelfde moment hoorde ze de voordeur. Ze ging op een stoel zitten, trok haar zoontje op schoot en wachtte op de dingen die onvermijdelijk zouden komen. De kamerdeur ging open en haar broer zag in dezelfde oogopslag zijn zuster en neefje en de prachtige boom.
Het bleef lang stil; zelfs haar doorgaans kwebbelende zoontje voelde dat er wat bijzonders te gebeuren stond en hield bijna zijn adem in.
Toen draaide de broer zich om. Hij had tranen in de ogen. ‘Wat prachtig’, zei hij met zachte stem, ‘wat een wonderschone boom. Een échte boom. Dank jullie wel’. Broer en zus vielen elkaar huilend in de armen. Toen durfde ze de vraag te stellen: ‘Waarom moest je al die jaren toch niks van Kerstmis weten?’ Hij keek haar aan en zei: ‘Sinds moeder gestorven is heb ik zelf nooit meer Kerstfeest gevierd. Ik associeerde Kerstmis altijd met gezelligheid en familie. Toen mama er niet meer was, hoefde Kerstmis van mij ook niet meer. Ik dacht dat die gezelligheid nooit meer terug zou keren. Maar toen ik jou met je gezin vorig jaar zo intiem bezig zag, toen kreeg ik dat ouderwetse Kerstgevoel weer terug. Daarom ben ik blij wat jullie hier vandaag gedaan hebben’. Even was iedereen weer stil. Toen vroeg hij: ‘Willen jullie hier Tweede Kerstdag komen, dat we samen Kerst vieren? Regel ik de cadeautjes.’