Eerste huis

‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’ vroeg de man die naast mij kwam zitten, op een bankje in een winkelstraat. Ik kende hem niet maar om een praatje te beginnen had ik gezegd: ‘Even zitten, even de spanning van de kuiten. De leeftijd hé’. Hij had zijn haar ouderwets achterover gekamd en er wat vettigs ingesmeerd. Hij had waakzame, kleine ogen en grote wijduitstaande oren met béste lellen. Het was een grote man, geen mooie man, nooit geweest ook, dat kon ik zo zien.

‘Hoe oud ik ben?’ herhaalde ik de vraag. Ik twijfelde tussen jokken of de waarheid. Ik koos voor het laatste, noemde het ware getal en hij draaide zich monsterend naar mij om. ‘Werkelijk? Dan zie je er toch een stuk ouder uit’. Zijn opmerking schokte mij. Zag ik er echt zo oud uit? Is dát de indruk die wildvreemde mensen van mij hebben? ‘Geintje!’ lachte hij. Zijn gebit vertoonde een zekere overbite waardoor zijn woorden elke keer wat spuug mee kregen. Hij sprak met consumptie, zoals wij dat vroeger noemden.

Even bleef een stilte tussen ons hangen. Toen vroeg hij: ‘Werk jij nog?’ Ik vertelde met zekere trots dat ik makelaar ben. ‘Mooi beroep’, vond hij. ‘Je hebt eigenlijk alleen maar met blije mensen te maken. Mensen die op zoek zijn naar iets nieuws in hun leven, in elk geval iets anders. Ik herinner me mijn eerste koophuisje nog. Klein, het pand was al aardig op leeftijd, gelukkig niet te duur en ja: na een paar handtekeningen was het huis voor mij’.
Kijk, nu kwam hij op mijn terrein. ‘Hoe lang geleden was dat? Jaar of veertig?’ Hij beaamde dat. ‘Vroeger keek je eigenlijk niet eens naar de kwaliteit van een woning’, herinnerde hij zich. ‘Mijn eerste huis had schimmel in de kelder, dat wil je niet weten, wat een muffe toestand, die geur raak ik nooit meer kwijt, en wát een vieze kleine badkamer. De gaskachels vertoonden lekkages. Daar vloog wat koolmonoxide in het rond elke winter, goh. De houten vloer in de woonkamer helde flink en op de verdieping kon je je kont niet keren, hokkerige bende. Het tochtte binnen net zoveel als buiten; bij een beetje storm klapperde alles. Maar eerlijk is eerlijk: daar was de prijs dan ook wel naar. Nu heb ik het geluk dat ik een redelijk handige jongen ben, dus ik kon daar wel doorheen kijken en een heleboel zelf oplossen en opknappen’.

Ik vertelde op mijn beurt mijn ervaringen met mijn eigen eerste woningen. Eerst huren, daarna de grote stap richting kopen gewaagd en daar nooit spijt gehad. ‘Een eigen huis, een plek onder de zon’, dat ging voor ons ook op, net zoals voor miljoenen andere mensen. Door mijn zoektochten vroeger naar eigen huizen ben ik verslingerd geraakt aan het beroep van makelaar, vertelde ik.

De man zei: ‘We hadden in de woonkamer van die rieten matten op de vloer gelegd. Stófnesten, dat wil je niet weten. Maar ja ook hier gold weer voor: lekker goedkoop, en met een stofzuiger kon je veel de baas. Zwartwit-televisie hadden we van die gekregen, lamp van die en twee oude stoelen en een bank van die. Zo’n kleine wasmachine en een centrifuge, die nog van Napoleon waren geweest. Als het kon de was buiten te drogen hangen en anders binnen, op de overloop. Werd je hele huis vochting. Nou ja, het huis tochtte ook vreselijk, dus de was droogde snel. Dat voordeel had je dan weer. Je scharrelde wat bij elkaar want je had zelf helemaal niks’. Lachend: ‘Ik herinner me dat ik een boekenkast van iemand kreeg; die heeft een half jaar leeg in de kamer gestaan want ik had geen boeken. Dat is later wel veranderd… Mijn vriendin en ik werkten allebei, dat geluk hadden we, maar een vetpot was het zeker niet. Zo in het begin moest je ook leren omgaan met geld. Kregen we allebei ons salaris, had je ineens ‘veel’ geld, moest je uitkijken dat je geen gekke dingen ging kopen. Dat was allemaal een leerschool.

Wij hadden nooit samen in een huurhuis gezeten, die ervaring hadden wij niet gehad, allebei rechtstreeks van moeders pappot naar een koopwoning. Dat kwam toevallig zo uit. Ik werkte gelijk na de lts bij een bouwbedrijf, als krullenjongen begonnen, het volledige aantal uren per werk maar veel verdiende het niet. Mijn vriendin stond in een winkel’.

Hij keek mij aan: ‘Sinds die tijd heb ik geloof ik wel tien huizen verkocht en gekocht. Steeds groter, ruimer, mooier, duurder, nieuwer, grotere tuin, meer kamers, meer luxe’. Dat kende ik; je doorgaat fases in je leven en andere huizen horen daar nu eenmaal bij. ‘En nu ben ik op zoek naar wat kleiners, het wordt me allemaal te groot. Wat ik zoek? Nu ik er zo over nadenk: eigenlijk wil ik veertig jaar terug in de tijd, net zoiets als mijn allereerste huisje, klein, oncomfortabel maar meneer: wat een sfeer! Heeft u niet zoiets voor me?’