Mijn favorieten

Bouwfouten

Soms kun je aan de buitenkant van een woning al zien hoe het met de bouwtechnische staat gesteld is. Dat zie je aan het houtwerk, het schilderwerk, het dak of aan het metselwerk. Scheuren, barsten, verrottingen, optrekkend vocht. Wie er een beetje kijk op heeft, kan de eerste conclusies al snel trekken. Een aannemer die ik ken, gaat altijd met alleen maar een priem op pad als hij een woning op zijn bouwkundige staat moet beoordelen. Dan prikt hij in kozijnen, binnen en buiten, schraapt over metsel- en voegwerk, steekt soms zijn priem door een plafond, of dat nu van hout, board of gipsplaat is, doet er niet toe. En vervolgens ruikt hij eraan. Ruikt het muf, vermolmd, zurig of schimmelachtig, gaan bij hem alle alarmbellen rinkelen. Dan is er iets aan de hand. Ik heb in de loop der jaren veel opgestoken van dit soort professionele leermeesters. Ik vroeg veelal langs mijn neus weg wat ze aan het doen waren en waar ze zoal op letten. Van die kennis heb ik nog dagelijks profijt.

Op een zonnige zaterdag had ik een afspraak met mensen die mij hadden ingehuurd als aankoopmakelaar. Het zou hun eerste eigen woning worden. Ze hadden hun oog laten vallen op een rietgedekt boerderijtje in het buitengebied. De verkopende collega-makelaar was al aanwezig en prees het geheel aan als authentiek en idyllisch. Mijn opdrachtgevers (jong stel, gestudeerd en strenggelovig) waren helemaal weg van het boerenbedoeninkje. De beide wederzijdse ouders woonden ook in zulke rietgedekte boerderijen. Het koppel zag de gespaarde uitzet al fraai uitgestald in de opkamer en in de kasten staan.
Met mijn 1,90 meter moest ik diep buigen om binnen te komen en eenmaal uitgevouwen stond ik meteen in een woonkamer, waar in vroeger tijden de deel was geweest. De houten gebinten waren prachtig in het zicht en op de grond lag een naar het zich liet aanzien originele boerenplavuizenvloer. De houten keuken complementeerde het sfeerplaatje en ik begon het enthousiasme van de aspirant-kopers stiekempjes te delen. Totdat we met zijn allen op de verdieping gingen kijken. De houten vloer 'veerde' nogal, bemerkte ik, en de balken waren duidelijk aangetast door houtvernietigende insecten. Boven het gipsen plafond zag ik door een luik dat de onderzijde van het riet was afgetimmerd en tekenen van vocht vertoonde. Mijn enthousiasme begon in rap tempo in te zakken. 
Het woningverliefde stel echter vond alles even geweldig en mooi en de nesteldrang had duidelijk de plaats van de ratio ingenomen. Als ik ze hun gang had laten gaan, waren ze linea recta naar de eerste de beste woonboulevard gegaan om meubels te kopen. Mijn kritische bedenkingen over de woning werden dan ook niet met applaus ontvangen. Ik adviseerde om de woning toch echt bouwkundig te laten keuren, om te onderzoeken of mijn bedenkingen juist waren. Er stond immers veel geld op het spel. In de daaropvolgende week vond de keuring plaats en wat ik al vermoedde, bleek juist. Er werden nogal wat bouwkundige gebreken en bouwfouten geconstateerd door de bouwkundig ingenieur. Hevig teleurgesteld zag het jonge stel af van de aankoop, mede op dringend advies van hun ouders.

Een half jaar later trof ik ze weer, nu bij een lieflijk vrijstaand huis in Paasloo. ‘Wel goed kijken hoor’, fluisterde zij mij in mijn oor. Ik glimlachte en knipoogde naar haar en gezamenlijk inspecteerden we deze ‘nieuwe wenswoning’ grondig. Deze woning voldeed helemaal aan hun verwachtingen en wensen. Ik had de indruk dat ze dit nóg meer bij hen vonden passen dan het droomboerderijtje met rieten dak. Bouwkundig zag ik geen ernstige, onoverkomelijke tekortkomingen en de onderhandelingen konden starten wat mij betrof.
Tijdens de nabespreking kwam het rietgedekte boerderijtje nog weer ter sprake. Het bleek dat zij bij toeval de mensen kenden die het object wél hadden gekocht. Ze schrokken van hun verhaal: de gebreken bleken nog ernstiger dan gedacht en uiteindelijk waren de aankoop- plus renovatiekosten aanzienlijk hoger dan verwacht. Ik was blij dat ik dit jonge koppel voor zo’n grote, dure fout heb kunnen behoeden.